Herinnert u zich deze nog ??

Dit is een artikel uit bulletin no 1 1995. Is met OCR naar tekst gebracht voor de vertaaloptie.

Op de plaatjes klikken voor vergroting.

Hans, PA3ECT

Inleiding

De Wireless Set No. 19 (WS-19) is ontwikkeld bij de Firma PYE in Engeland door Donald H. Hughes. Van de zogeheten B-set, welke op 245 MHz werkt, wordt gezegd dat dit de eerste VHF zend/ontvanger is voor mobiel gebruik. Met andere woorden dit was de eerste VHF mobilofoon!

Om enigszins de relatie van de 19-set tot de andere gebruikte apparatuur te schetsen, hierbij een korte opsomming van de historische feiten.

In 1939 kreeg PYE van de regering een opdracht tot het vervaardigen van een infanterie zend/ontvanger. Binnen 6 weken had men twee prototypes gereed voor testen. De keuze viel op het apparaat dat wij nu kennen als de 18-set. Donald H. Hughes en William M. Pannel maakten deel uit van het ontwerpteam. Tot 1945 zijn er 40.000 18- sets geproduceerd. Ongeveer tegelijkertijd heeft Donald H. Hughes de 19-set ontwikkeld, in eerste instantie bedoeld voor gebruik in pantservoertuigen. Tussen 1941 en 1942 heeft William M. Pannel ook de 22- set ontwikkeld. De 62-set is tevens door William M. Pannel begin 1944 ontwikkeld. De eerste levering van 200 stuks vond plaats in februari 1945, twaalf maanden na aanvang van de ontwikkeling. De 62-set was bedoeld als opvolger van de 22-set, doch door het einde van de oorlog heeft men de set aangepast voor civiel gebruik, zoals bijvoorbeeld gebruik op reddingsboten.

In 1947 is tevens weer de productie voor militair gebruik opgepakt, vanwege opdrachten hiervoor.

De 62-set is seriematig door PYE geproduceerd tot 1955.

Omdat de 19-set in zijn toepassing, destijds het modernste en meest functionele apparaat was, is hij (of zij?) verheven tot standaard pantservoertuigset en ook als zodanig geaccepteerd door de Amerikanen/ Canadezen. De produktie werd in licentie door nog twee Engelse firma’s en door zes Amerikaanse/Canadese firma’s ter hand genomen. Dit, om aan de gigantische oorlogsbehoefte te kunnen voldoen.

Alleen PYE vervaardigde er al tot het eind van de oorlog 1000 stuks per week! William M. Pannel is tot eind 70er jaren nog werkzaam geweest bij PYE als hoofdontwikkeling. Van Donald H. Hughes is mij momenteel niets bekend, waarschijnlijk is hij overleden. Het zou misschien ter overweging kunnen worden genomen, om William M. Pannel tot erelid van onze vereniging voor te dragen!

In dit artikel heb ik mijn praktijk ervaring met de WS-19 op papier gezet.

Hoewel het geen sluitende “story” is, want er kunnen denk ik vele tientallen pagina’s aan de WS-19 worden gewijd, heb ik toch een en ander gerubriceerd afhankelijk van de wijze waarop u met dit apparaat bezig bent. We beginnen bij het begin:

 

 

 

Eerste in-bedrijf-stelling

De ervaring die ik tot op heden met de WS- 19 heb opgedaan betreft voornamelijk de Canadese Mark II,s en enkele Engelse Mark III’s. Toch zijn vele van mijn raadgevingen ook van toepassing op de andere versies. Voor onderstaande tekst verwijzen we naar het complete schema van de A-set, het schema van de B set en dat van de IC versterker.

Het is mij bij de Canadese Mark II opgevallen dat er vaak twee condensatoren lekken (en dus niet echt stuk zijn). Dit zijn C29C en C29B van elk 0,01uF; het betreft hier de koppelcondensatoren naar de stuurroosters van de 6V6’en van de B-set en de IC-versterker. Symptoom van dit probleem zijn hete 6V6’en en gammele kathodeweerstanden (820 Ohm).

Ook C30A en B vertonen vaak lekproblemen, dit zijn 0,001uF condensatoren bij het low-pass filter tussen de El 148 en de 6K7, met de 47K weerstand. Symptoom van dit probleem is een kleiner volume bij het opdraaien van de B-GAIN.

Overigens is het mij opgevallen dat het altijd de DUBLIER condensatoren zijn met bevestigingsoogjes! Bij de Engelse sets is het raadzaam om de 12uF Elko in het kathodecircuit van de 6B8 te controleren, deze is vaak defect door ouderdom. Ook komt het voor, dat de koppelwindingen op de diverse RF spoelen, die afgestemd worden, (op de bruine pertinax vormpjes), defect zijn. Dit probleem wordt veroorzaakt, door organische zuurrestanten in de gebruikte was, die het “apehaar” van de koppelwinding hebben verteerd.

Dit probleem ken ik alleen bij de Canadese sets, bij de Engelse ben ik dit nooit tegengekomen. Remedie is demonteren en opnieuw een koppelwinding aanbrengen. Het is wel zichtbaar hoeveel erop hebben gezeten, nadat men de was er voorzichtig af heeft gesmolten met bijv. een föhn.

Verder zijn vooral de Engelse sets berucht vanwege het sterk verlopen van vooral de hoogohmige weerstanden. Een weerstand van 100K kan zomaar 500K zijn geworden! Enige remedie hiertegen is, vervanging en een hoop geduld (er is overigens nog voldoende goedkope apparatuur beschikbaar, waar hetzelfde type weerstanden in wordt gebruikt).

Ik heb overigens tot heden nog nooit defecte buizen meegemaakt. Ook komt het voor, dat trafo T2A (de uitgangstrafo 6B8), primair defect raakt na kortstondig bedrijf. Dit gaat niet in een keer, doch langzaam met regelmatige kraak/ruis effecten. Ook dit is te wijten aan vertering van de winding door zuurrestanten in het impregneermiddel. Deze maakt dan nog wel “contact” via een “baantje” koperzout restant, wat door de anodestroom van de 6B8 snel verteerd wordt bij ingebruikname. Dit laatste effect is ook van toepassing voor T5A en T6A van respectievelijk de B-set en de IC-versterker. De enige oplossing is sloop-sets “slachten” of overwikkelen. De wikkelgegevens van zowel spoelen als trafo’s zijn beschikbaar bij de diverse “bekende” 19-set gebruikers, die meestal een kopie van het 2e-4e echelon maintenance manual bezitten.

Het neemt te veel ruimte in beslag om al deze gegevens hier te vermelden, maar u kunt natuurlijk altijd een beroep doen op onze documentatie-commissie.

Voordat we spanning op de set gaan zetten, is het zinvol (afhankelijk van de conditie), om alle beweegbare mechanische delen opnieuw te smeren. De gebruik hiervoor altijd een spuitbusje “Tri-Flow” met teflon (wordt ook veel voor wapens gebruikt, dus in ieder geval verkrijgbaar bij een wapenhandel).

Denk vooral om de as-doorvoeren van de potmeters met de set op z’n rag. Als men de set toch op z’n rug heeft, kan men tevens wat “Contact 60” in de tumblerschakelaars laten lopen, omdat deze vaak ook geen contact meer maken. Met een wattenstokje, natgemaakt met “Contact 60”, kan men tevens de contacten van de golflengteschakelaar “bevochtigen”, omdat hier veel z.g. “stroomloze” contacten worden gebruikt, dus problemen kunnen geven bij oxydatie. De R/T-CW-MCW schakelaar geeft in dit opzicht minder problemen, omdat deze spanning/stroom schakelt. Het kan ook geen kwaad de lagers van de afstem C een druppeltje “Tri-Flow” te geven en de sleepcontacten te bevochtigen met “Contact 60”. Men kan hier makkelijk bij, na het verwijderen van de twee 6K8’en en de 6K7 (dit doen we natuurlijk ook even bij de PA-C). Ook dienen alle buizen een paar keer in en uit de voeten gehaald/gezet te worden, om de pennen/sockets de gelegenheid te geven zich te reinigen van een eventueel oxyde- huidje. Men zal dan gelijk ontdekken, dat de meeste ballonnen los in het voetje staan.

Nu we de buizen er toch uit hebben, zetten we de ballonnen gelijk even vast met een druppeltje seconden-lijm. Controleer de set tevens op sterk verkleurde weerstanden en/of “uitpuilende” condensator afsluitingen! Controleer deze en vervang deze zonodig. De dynamotor lagers kunnen vaak ook een druppeltje dikke transmissie-olie gebruiken. Maak ook de ankers schoon met wat alcohol. Absoluut geen schuurpapier gebruiken! Controleer ook de toestand van de koolborstels en of deze gangbaar zijn in de houder en niet vastzitten. Hier pertinent geen olie gebruiken, doch goed schoonmaken met b.v. een pijpborsteltje met wat alcohol. Bij Mark III omvormers zal vaak de triller niet meer goed functioneren. Reparatie is welhaast onmogelijk, mij is het althans nog nooit gelukt. Deze trillers zijn over het algemeen nog goed verkrijgbaar. Controleer ook de elko’s in de omvormer, deze zijn vaak ver heen.

 

Modulatie

Een veel gehoorde klacht bij de 19-set is de ondiepe modulatie. Bij juist gebruik en een goede afregeling is deze pertinent niet slechter als bijvoorbeeld de AN/GRC-9! De eerste fout die gemaakt wordt, is het aansluiten van een laagohmige speaker of koptelefoon op de L.F. uitgang van de A-set (pin4/PL2A). Dit is namelijk ook een monitoruitgang voor de eigen modulatie en meeluisteren via de intercomvoorziening. Deze uitgang hangt dan ook aan de transformator T2A, waarvan de primaire in stand R/T als L.F-choke wordt gebruikt ten behoeve van de stuurroostermodulatie op de 807. Bij het laagohmig belasten van de secundaire, wordt teveel L.F. energie onttrokken met als resultaat—.ondiepe modulatie. Deze uitgang is bedoeld voor 150 Ohm. Gebruik dus de originele headset of een speaker uit een oude buizen-TV (Deze zijn 600 Ohm). Overigens belast de originele headset ook enigszins. Wanneer men deze afkoppelt, kan men zelfs overmoduleren! Ook moet mén er terdege rekening mee houden, dat het microfoonkapsel (dynamisch laagohmig) na 40/50 jaar ook weleens niet zo lekker meer in zijn regenjasje zit na jarenlang militair gespuug (kunt u zich dat vooral van die laatste partij Italiaanse sets voorstellen?) Dus probeer in ieder geval altijd ter vergelijking een modem kapsel. Dit is vrij simpel te realiseren door het afschroeven van de voorzijde van het bakelieten huis. Er zijn zelfs kapsels die zo passen (PTT-formaat/dyn. Laat u wel die telefooncel heel!). Eventueel kan men nog een simpele aanpassing uitvoeren, wanneer men de set rechtstreeks op PL2A bedrijft zonder controlbox of als men een controlbox gebruikt met doorlus-mogelijkheid, zoals nr2- Mark lI. Men verbindt in een extra 12 polige female plug pin4 via IK naar pin3 en pin5 via IK naar pin3. Men heeft nu ruimschoots audio voorhanden op de output (pin6) van de intercomversterker, voor een luidspreker (deze mag wel laagohmig zijn) voor zowel de A als de B set. Ook wordt T2A nauwelijks belast, dus forse modulatie! Zo gebruiken we tevens de intercomversterker zinvol. Nadeel is nu echter wel zo dat het eigen audio bij zenden ook uit de speaker schalt met een dergelijk volume, dat we de 19-set ook als PA installatie kunnen gebruiken (niet altijd even prettig voor de familie op zondagochtend…….. ). Omdat geen 12 Volt transmit relay-control op PL2A aanwezig is en we pertinent niet in de set willen modificeren, moeten we wat anders verzinnen. Ik heb dit opgelost door in de plug een klein relais te monteren, waarvan de spoel in serie zit met pin7 press-to-talk A set en aarde. Dit (gevoelig) relais wordt in stand ontvangen bekrachtigd via de spoel van het zend/ontvang relais in de set en in stand zenden kortgesloten via de press-to- talk switch. U voelt al aan, dat het schakelcontact van dit relais tussen pin3 en beide IK weerstanden zit, zodanig, dat deze bekrachtigd gesloten zijn en de IC-versterker met de A en B uitgang verbindt in stand ontvangen. Deze aanpassing zonder gepruts aan de set zelf, maakt het werken wat comfortabeler (luidspreker). Ook kan men een 12V relais plaatsen tussen pin 10 en pin 7, op pin 10 staat namelijk +12V ten behoeve van de controlboxen. Nadeel van deze oplossing is, dat men dan niet via de “doorlus” box Nr.2 Mark II kan werken, omdat pin 10 aan de ingang niet met de uitgang is verbonden. Men kan overigens zonder problemen een moderne laagohmige dynamische mike op de 19-set gebruiken. Er is overigens ook een headset met koolmike in omloop (headgear Nr.2), die spanning krijgt via de press-to-talk, in serie met de relaisspoel. Deze geeft aanmerkelijk meer audiopower! Wees voorzichtig met het gebruik van een koolmike, omdat men makkelijk de microfoontrafo in verzadiging kan sturen met de DC-component (dus de laagst mogelijke bias-current gebruiken).

Iemand vertelde mij, dat een eenmaal verzadigde microfoontrafo onbruikbaar is geworden door remanent(=rest)-magnetisme en dit is een niet omkeerbaar proces!

 

De afregelprocedure

In het Electron jaargang 1951 is door OM A. Ra wie (PAOJQ) de afregelprocedure voor de zender en de ontvanger van de 19-set uitvoerig beschreven. Met toestemming van de hoofdredakteur van Electron OM D. Rollema (PAOSE) herdrukken wij dit artikel integraal af.

Voor we hier op in gaan, eerst even de situatie ten aanzien van de modulatie. Uitgaande van een goed werkende set qua afregeling van alle kringen, hierbij de “snelle” procedure voor de modulatie- afregeling. Onder het chassis vindt men op het schot tussen de 6H6 en de middenfrequent een instelpotmeter (niet bij alle Engelse Mark ffl’s!). Men stelt de set in bedrijf op een dummyload/Wattmeter en stelt een scope, aangesloten op de dummy of via een pick-up lijntje zodanig in, dat deze zonder modulatie op R/T een comfortabele lichtende band op het scherm te zien geeft bij ingeschakelde zender (behoeft geen HF scope te zijn, omdat we toch alleen naar het z.g. “omhullende” kijken). Als men vervolgens aan de instelpot draait, ziet men meer of minder HF output. Als men de output helemaal wegdraait, hoort men de dyna zwaar gaan lopen, door de excessieve anodestroom van de 807. Men kan een punt vinden, voordat de dyna net iets zwaarder gaat lopen bij ongeveer 5 a 6 Watt output. Dit is de juiste instelling, dus niet op maximale output! Vervolgens gaat men moduleren en kan men zien dat er een klein beetje PEP inzit, ondanks dat er stuurroostermodulatie wordt gebezigd. Draait men de pot weer naar minder output dan kan men zien dat de carrier afneemt, terwijl de PEP op het zelfde niveau blijft (zoals bij clampertube-modulatie). Deze instelling zou wel praktisch zijn, doch reduceert helaas ook de CW output, hetgeen ongewenst is. Draait men de pot naar meer output, dan ziet men de  modulatiediepte afnemen. Men kan vervolgens nog wat “heen en weer” regelen tussen de pot en de trimmer in het stuurrooster van de 807 (bij de voet), zodanig, dat er rond de 5 a 6 Watt R/T aanwezig is en 12 a 15 watt CW, hierbij de pot telkens weer zodanig instellen, juist voor het punt dat de dyna weer zwaarder gaat lopen bij R/T, bij vermogens terug regeling.

De WS-19 en uw gezondheid

Bij de Engelse sets (die met de witte meterschaal), ziet men vaak het uittreden van de in de PVC bedrading gebruikte weekmaker, zodat de totale set een “vettige” indruk maakt. Dit komt dus niet omdat hij in een tank heeft gezeten! Deze weekmaker is relatief onschuldig. Voor de insiders: Het is een esthervan phtaalzuur, zoals di-allyl- phtalaat en di-octyl-phtalaat. Nu we het toch over deze zaken hebben: Wim, PA3GFI had zo’n mooie Russische geigerteller gekocht, dus we konden het niet nalaten de lichtgevende verf te controleren. Tot onze verbazing was geen straling te meten in de diverse modes! Het gras in de tuin straalde meer! (MarkII/1943). Misschien dat er mensen binnen onze vereniging zijn met meer kennis van deze materie, omdat o.a. in Electron destijds toch duidelijke waarschuwingen hebben gestaan (of moesten de prijzen omlaag?). Ook dient men te weten, dat in die tijd als impregnatie-middel PCB’s werden gebruikt voor de condensatoren, gooi defecte exemplaren dus niet bij het gewone afval, doch bij het chemisch afval! Ik wil niemand bang maken, doch die heerlijke lucht die ons lyrisch maakt, wordt veroorzaakt door behandeling met anti-fungicides (schimmelwerende middelen). Dus HANDEN WASSEN! na werkzaamheden in de set. Ik wil het hier niet hebben over de vermeende potentie- problemen bij het langdurig dichtbij aanwezig zijn in een sterk veld, zoals wordt veroorzaakt door te korte spanninggevoede en dus elektrisch verlengde (whip)antennes.

Aanpassing B-set voor 2 meter gebruik

Dit is wel een eenvoudige modificatie in de set, welke ik heb doorgevoerd omdat deze anders echt onbruikbaar is voor leuke transponder-experimenten. Ook is de originele frequentie van 235 MHz voor ons onbruikbaar en nu toegewezen aan militair luchtvaartgebruik! Men verwijdert het originele spoeltje over de splitstator door het netjes uit te solderen (dan kan men het ook weer terugzetten). Vervolgens wikkelt men een identiek spoeltje met een diameter die ongeveer 3 maal zo groot is als het originele. De tap met de 2K2 weerstand zet men weer precies in het midden, terwijl men de tap met het 7pF condensator weer qua verhouding op hetzelfde punt plaatst. Nu sluit men een 50 Ohm dummy-load aan op de output en vervolgens bepaalt men in stand “zenden” met hulp van een counter de frequentie. Nu moet men wat “rommelen” door buigen of misschien toch nog wijzigen van de spoel, zodanig, dat op setting 8 de zaak rond 145 MHz staat. Het afregelen met de tune is wat kritisch (6,5-8,5 = 144-146), doch ik wilde de splitstator pertinent origineel laten. Ook is het wel leuk dat op de lage setting (1-4) de civiele luchtvaart goed te ontvangen is (rond de 120 MHz). De stabiliteit is natuurlijk pertinent onvoldoende om met moderne apparatuur te communiceren, doch tussen twee 19-sets kan men met een rondstraler op 5m hoogte ruim lOkm overbruggen zonder problemen! De output bedraagt ongeveer 0,5 Watt en de gebruikte superreg-ontvanger is lekker breed en zeer gevoelig. Voor combi 80/2 meter vossejachten werkt een en ander perfect. Bij een afstellen op 145 MHz rond bij een “koude start”, loopt in ongeveer 5 minuten de zaak naar 144,8 MHz, weer terug naar 144,9 MHz in de volgende 5 minuten en blijft daar dan staan. De eerste tien minuten wordt de set ook “opgewarmd” op een dummy. De stabiliteit is dan zodanig, dat men op een gewone porto alles goed kan volgen (het is wel AM, maar er zit ook FM bij……..). De antenne moet dan wel niet “benaderbaar” zijn tot ongeveer 3 meter, dit geeft anders ook frequentievariatie. De set wordt bij jachten gebruikt in MCW mode met de controlbox op R (Rebroadcast) en de setkeuzeschakelaar op simultaan mode A+B. Soms wordt op R/T tussendoor een mededeling gedaan. Op de key-plug zit een relais met batterijtje, wat strepen geeft. Dit komende jaar gaan we de 19-set tevens als transponder gebmiken voor de jacht in rebroadcast mode van A naar B en omgekeerd, hierbij stuurt de “echte” vos met een tweede set de dummy transpondervos aan, om en om wisselend van band in een bepaald gegeven tijdschema! Dit wordt weer het serieuze werk in plaats van spoetnikjes zoeken in de bomen! De setting 8 voor 145 MHz bij een 50 Ohm load is essentieel om dit komend seizoen op de evenementen aangepaste sets goed in te kunnen zetten onderling op 2 meter. De originele B-set antenne is onbruikbaar voor 2, tenzij men een ander 1/4 golf sprietje erin schroeft en zorgt voor een “plane”. De originele is een 1/2 golf antenne (heeft dus geen plane nodig), met een oneven aantal 1/4 golf voedingslijnlengte X verkortingsfactor kabel, zodat het spanningspunt van de antenne weer naar stroom wordt getransformeerd bij de set plug. Ik kreeg dit principe voor 2 niet goed werkend. Voordeel bij een “gewone” laagohmige antenne is, dat de voedingskabellengte niet kritisch is.

Aansluitgegevens

PL1A (bovenste) bij Mark II:

  1. – ground
  2. – IC (speech)
  3. – +12V heaters
  4. – +540V
  5. – signal
  6. – +275V

PL1A (bovenste) bij Mark IH:

  1. – ground 12V/275V
  2. – IC (speech)
  3. – +12V heaters
  4. – +540V
  5. – signal
  6. – +275V
  7. – -540V
  8. – pressel circuit
  9. 10,11,12 – not connected

Bij de MARK III wordt de negatieve 540 Volt leiding apart in de set gevoerd. Verbindt men deze met aarde, dan werkt R/T en MCW niet omdat dan hetzelfde vermogen eruit komt als in CW. Dit in tegenstelling tot de Mark II. Het pressel circuit dient om de dyna op te starten zodra men gaat zenden en de omvormer op triller staat.

Gebruikt men een Mark III omvormer op een Mark II dan moet men (buiten de plug- aanpassing) en verbinding van 7 naar 1 (- 540V), de dyna continu laten lopen als men tevens de zender gebruikt, de dyna kan niet automatisch inschakelen. De triller mag alleen maar op twee funkties gebruikt worden van de drie: A/B/IC anders dyna starten dmv keuzeschakelaar op omvormer.

Bij gebruik van een Mark II omvormer op een Mark III moet men in de omvormer de negatie-ve 540 Volt leiding los halen van aarde en op de omvormer-plug 2 of 5 opofferen om deze leiding uit te koppelen en door te verbinden met 7 op de set. Denk om terugmodifïcatie bij gebruik met weer een Mark II! De IC (speech) en signal leidingen zijn doorverbindin-gen naar de powerinputplug van de omvormer en bij ons gebruik niet essentieel (tenzij u de SHERMAN of CRUSER tank heeft………. ). De doorverbindingen tussen de diverse units zijn 1 op 1 verbindingen.

PL2A (onderste) idem bij Mark II en III:

  1. – A set in MIC
  2. – B set in MIC
  3. – IC set in MIC
  4. – A set out TEL
  5. – B set out TEL
  6. – IC set out TEL
  7. – press-to-talk A
  8. – press-to-talk B
  9. – signal
  10. – A set unattended
  11. en 12 – not connected.

9. Is weer een doorlus naar 5 PL1A en 10 zit verbonden met de +12V lijn op pin 3 van PL1A en dient om de controlboxen van spanning te voorzien. De overige aansluitingen lijken me duidelijk en behoeven geen uitleg.

Omvormer

De bovenste plug is een exacte contra van de set voor resp. de Mark II (6 polig) en de Mark III (12 polig). De Mark III omvormer kan ook op 24 Volt worden gebruikt, de Mark II niet.

PL1C Mark II (onderste plug):

  1. – -12V heater
  2. – IC(speech)
  3. – +12V heater
  4. – +12V dyna
  5. – signal
  6. – -12V dyna.

Bij normaal gebruik volstaat men met de plus op 3 en 4/ de min op 1 en 6 (zo ziet ook het standaard power-cord eruit).

De Mark III omvormer heeft dezelfde aansluitingen, met dien verstande dat de min/dyna niet op 6 zit maar bij 1. De vrijgekomen 6 wordt gebruikt voor de min/vibrator.

Doel hiervan is, om de vibrator die alleen voor 12 Volt geschikt is te “tappen” op de accu bij 24 Volt gebmik. De heaters worden dan van 12 Volt voorzien door de “primaire” wikkeling op de dyna als “autotrafo” te gebruiken (middentap op de twee in serie geschakelde 12 Volt wikkelingen). Men kan zien dat over een en ander is nagedacht, omdat ondanks de verschillen toch altijd dezelfde 1 op 1 interconnecties kunnen worden gebruikt.

De Mark II omvormer bestaat altijd uit een dyna. Er is nog een Engelse Mark III omvormer in omloop met twee dyna’s, een voor 275 Volt en een voor 540 Volt. Bij deze uitvoering is ook het eerder vermelde “pressel circuit” essentieel, omdat deze bij zenden de 540 Volt dyna start en de 275 Volt dyna constant loopt (idem als bij triller gebruik). Bij gebruik met de Mark II set moet dus in de omvormer het pressel circuit door middel van een doorverbinding constant bekrachtigd blijven.

(wordt vervolgd)

terug